Quiet community

Door dramatische gebeurtenissen in hun leven vervallen mensen tot armoede. Ze zijn niet alleen hun geld kwijt, maar vaak ook hun gezondheid en geloof in anderen. De Maastrichtse José Gidding kan uit eigen ervaring putten. Maar ze knokte zich terug. 

‘Zeven jaar was ik,’ zegt José Gidding (1950), opgegroeid aan de Lage Kanaaldijk in Maastricht, ‘toen mijn vader zijn gezin verliet. Hij had laten vastleggen dat het huis later naar zijn kinderen, mijn zus en ik, zou gaan. Omdat mijn moeder zich aansloot bij Jehova’s Getuigen werd ik ook in die leer opgevoed. Ik mocht niks meer. Altijd angst, maar ook armoede. Mijn moeder had op sluwe wijze het huis verkocht en het geld weggegeven aan de Jehova’s.’Op haar negentiende trouwde José. ‘Vijf jaar lang ben ik geestelijk en lichamelijk mishandeld. Tot bloedens toe. Scheiden? Dat mocht niet van de Jehova’s. Maar uiteindelijk deed ik het toch.’ 

Paniekaanvallen 

Na twee jaar trouwde José Gidding opnieuw, met een Oostenrijkse man, en lid van de Jehova-sekte. Ook dat huwelijk werd, ondanks de geboorte van een dochter, een lijdensweg. ‘Mijn man was schizofreen en depressief. Zelf werkte ik bij de rechtbank in Maastricht. Dertien jaar volgehouden. Maar door de psychische stoornissen van mijn man ging ik er zelf door zware stress en paniekaanvallen ook onderdoor. Ik ging voor therapie naar het Riagg en leefde op pijnstillers.’ 

Werken kon Gidding niet langer. Ze werd afgekeurd op reuma, de ziekte van Bechterew. ‘Mijn ex liet me na de scheiding zitten met 10.000 euro schuld. Allemaal van dure spullen die nooit waren afbetaald. Zelf was hij met de noorderzon vertrokken. Belde na een paar jaar opeens een deurwaarder bij me aan. Die wilde mijn meubels en auto weghalen. Ik was helemaal van de kaart. Gelukkig was er nog mijn dochter die voor mij haar studie afbrak en mij door dik en dun steunde.’ 

Schuldsanering 

Een kennis bij het Leger des Heils waar José Gidding vrijwilligerswerk deed, adviseerde haar naar een bewindvoerder voor schuldsanering. ‘Mijn WIA-uitkering ging na aftrek van huur en andere vaste lasten naar de schuldeisers. Drie jaar lang kreeg ik 50 euro leefgeld per week en was ik afhankelijk van de Voedselbank. Je voelt je een bedelaar. Ik schaamde me diep dat ik in die situatie terecht was gekomen. Zelfs mijn beste vriendin nam me kwalijk dat ik nooit geld had. Ik durf me ook niet meer aan iemand te binden. Maar erger nog destijds was mijn schuldgevoel naar mijn dochter.’ 

Schrijnende gevallen 

Sinds eind 2019 is José Gidding schuldenvrij en ontvangt ze weer een uitkering. ‘Ja, het gaat weer beter met me,’ zegt ze met een glimlach, ‘al wil ik nog echt mijn medicijngebruik minderen.’ Als vrijwilliger is ze nu regelmatig te vinden op de Soepbus die daklozen in en rond Maastricht van brood, soep, koffie of een paar nieuw sokken voorziet. ‘Ik zie veel schrijnende gevallen in een stad die zich als sjiek en sjoen voordoet.’ 

Een ochtend in de week is José ook aanspreekpunt op de locatie van Quiet Maastricht: ‘Omdat ik andere mensen in armoede wil steunen. Ik kan ervan genieten met iemand te praten en te merken dat daarna de schaamte voor armoede niet meer zo groot is. Armoede is niet alleen iets voor mensen onderaan de maatschappelijke ladder. Het kan iedereen overkomen, ook de succesvolle ondernemer. Het is niet altijd je eigen schuld.’